De kassen van Helenaveen
Het is bijna onvoorstelbaar, maar in Helenaveen stonden ooit maar liefst 65 kassen.
Tot aan de Tweede Wereldoorlog werden er in Helenaveen uitsluitend gewassen geteeld in de volle grond of onder platglas. In de vroege jaren vijftig werd bij bijna elk huis buiten het dorp nog getuind. ’s Avonds stonden langs de weg overal kleine stapels groenten klaar: bonen, peulen, tuinbonen, augurken, knolselderij, prei en nog veel meer.
Pietje Sonnemans en zijn gezin plukken augurken van de koude grond. Op de achtergrond staakbonen.
Het ging daarbij om kleine bedrijfjes, die op den duur niet levensvatbaar bleken. Veel van deze kleine tuinders stopten uiteindelijk en gingen elders werken, bijvoorbeeld bij Vlisco in Helmond, waar zelfs een speciale bus naartoe reed.
Platglas
Bijna elke tuinder had wel platglas. Dat waren ruiten van 73 bij 165 centimeter, gevat in houten lijsten. Ze werden broeiramen of eenruiters genoemd.
Peulen en tuinbonen werden onder platglas gezaaid om later uitgeplant te worden. Dat gebeurde ook met knolselderij. Voor augurken en slaplanten werden met een pottenpers van turfmolm eerst perspotjes gemaakt.
Behalve voor het opkweken van plantjes werd platglas ook gebruikt voor de teelt van wortels (bospeen) en aardbeien. Zo had bijvoorbeeld Jan van de Werf aan de Spruitweg wel meer dan 100 ramen met aardbeien.
Platglas
In Helenaveen pas na de oorlog kassen
In Venlo en omgeving was men veel eerder met de ontwikkeling van kassen. Al rond 1900 ontstond daar de zogenoemde Venlo-kas. Het idee was om het al lange tijd gebruikte platglas omhoog te brengen. In deze hogere kassen konden ook opgaande gewassen worden geteeld en bovendien was het werken er een stuk gemakkelijker.
In Helenaveen lag dat anders. Daar was het lange tijd niet mogelijk om bij de bank een lening te krijgen voor de bouw van kassen. Alle bedrijven waren gepacht van de Maatschappij en volgens het pachtcontract mocht er niets permanents op de grond worden gebouwd. Pas na de oorlog werden deze contracten aangepast en werd de bouw van kassen toegestaan.
Dit was te danken aan directeur Van Schelven, een landbouwingenieur die inzag dat de tuinbouw zonder kassen geen toekomst had. De kassen konden vervolgens worden gebouwd met behulp van het zogenoemde borgstellingsfonds. Dit overheidsfonds gaf banken een garantie, waardoor zij leningen konden verstrekken aan bedrijven met onvoldoende onderpand — wat in Helenaveen het geval was, omdat alle tuinderijen gepacht waren.
Hieronder een geluidsfragment waarin Hannes Joosten het heeft over de tuinbouw in Helenaveen.
Rolkassen in de jaren ’50
In de vroege jaren vijftig werd, om de tuinbouw te stimuleren, subsidie verleend voor de bouw van rolkassen.
Deze kassen waren lager van opzet, met een kapbreedte van slechts 2,5 meter (later 3,2 meter) en een goothoogte van ongeveer 1,2 meter. Een bijzonder kenmerk was dat de kappen verrolbaar waren. Hierdoor konden twee teelten naast elkaar worden opgezet en afwisselend worden overkapt, wat de efficiëntie van het gebruik zou moeten verhogen.
Verrollen van een rolkas
Helaas bleken deze rolkassen vaak geen lang leven beschoren. Door hun lage bouw waren de teeltmogelijkheden beperkt tot voornamelijk lage gewassen, zoals worteltjes, sla en andijvie, en slechts in beperkte mate tomaten. Bijzonder geschikt waren de rolbakken voor de teelt van bospeen. Wanneer deze groot genoeg was, kon de kap worden weggerold, waardoor er niet te veel loof werd gevormd.
De lage constructie vormde bovendien een duidelijke belemmering voor het werk in de kas. Mechanisatie van de grondbewerking was nauwelijks mogelijk, waardoor veel arbeid handmatig moest worden verricht. Ook was een efficiënte teeltplanning lastig, wat de praktische inzetbaarheid van de rolkassen verder beperkte.
Het Venlo-warenhuis van hout
De eerste kassen in Helenaveen waren van hout en werden ook wel Venlo-warenhuizen genoemd. Ze hadden een goothoogte van slechts twee meter en stonden met hun stijlen op losse betonnen poeren. De luchtramen werden bediend met draden en kabels. Het gebruikte glas was dun, slechts 3 millimeter dik. De wanden bestonden uit kleine ruiten, die met kleine nageltjes en zwarte kit werden vastgezet.
Een belangrijk nadeel van deze kassen was hun kwetsbaarheid bij stormachtig weer. Regelmatig waren reparaties nodig. Bij hevige wind konden de kassen zelfs worden opgetild. Ook tegen een dik pak sneeuw waren ze niet bestand en soms stortten ze in. Dit overkwam onder andere de kas van Has Lagarde en Toon van Mullekom.
Aanvankelijk werden er vooral sla, tomaten en af en toe komkommers geteeld. Sla werd vaak geoogst in het vroege voorjaar of in de herfst.
Houten kas van Harrie Jansen
Voor de teelt van tomaten en komkommers werden sommige kassen uitgerust met verwarmingsketels in een apart ketelhuis. Het warme water werd via een buizensysteem door de kas geleid. Afhankelijk van het aantal buizen per kap waardoor het hete water door liep, werd er gesproken van lichte of zware stook. Een kas met zogenoemde ‘zware stook’ was in die tijd iets bijzonders.
Bij lichte stook liep één verwarmingsbuis in het midden van de kap, met aan beide zijkanten nog een buis. Bij zware stook liepen aan de zijkanten twee buizen, wat zorgde voor een veel krachtigere verwarming.
De meeste kassen in Helenaveen waren echter koude kassen of beschikten over luchtverwarming, waardoor de teeltmogelijkheden beperkter waren. In het begin werden verplaatsbare plaatijzeren kachels (Hylo’s) gebruikt die petroleum verbrandden.
Later kwamen hetelucht kanonnen die opgehangen werden en die aardgas verstookten.
Van alle kassen was alleen de eerste kas van Jan Bakker aan de Kervelweg verwarmd met een kolenketel. De overige kassen met lichte of zware stook werden verwarmd met ketels die brandden op zware stookolie. (Later aardgas)
De aluminium Venlo-kas
In de jaren zestig werden de eerste aluminium kassen gebouwd. Aanvankelijk hadden deze kassen nog de standaard kapbreedte van 3,2 meter, maar al snel verscheen een verbeterde uitvoering met horizontale stalen liggers, waardoor een rij palen kon vervallen. Deze zogenoemde tweekapper had een overspanning van 6,4 meter tussen de palen, wat het werken in de kas aanzienlijk efficiënter maakte.
Aluminium kas (Soemeersingel 4)
Een nadeel van telen in kassen is dat de grond na verloop van tijd besmet raakt met ziektekiemen. Zo werd bijvoorbeeld de teelt van tomaten op een gegeven moment onmogelijk. Om dit te voorkomen werden de kassen gestoomd. Daarbij werd de grond afgedekt met zware zeilen, waaronder stoom werd ingeblazen. De bodem werd als het ware gekookt en was daarna volledig vrij van ziekten en onkruidzaden.
Het stomen van kassen werd in Helenaveen uitgevoerd door Van Lier, die het voormalige bedrijf van Jan Bakker aan de Kervelweg had overgenomen. Naast stomen kon de grond ook chemisch worden ontsmet.
Zowel het stomen als het chemisch ontsmetten waren kostbare ingrepen. Tegenwoordig zijn ze niet meer nodig, omdat men is overgegaan op substraatteelt. In de loop der jaren zijn kassen bovendien steeds hoger geworden om een beter en stabieler klimaat te creëren.
Een belangrijke verbetering van de Venlokas werd geïntroduceerd in 1983. De tot dan toe gebruikelijke glasbreedte van 73 cm werd vergroot tot 100 cm. Deze aanpassing verbeterde niet alleen de technische kwaliteit van de kas door een grotere lichtdoorlating, maar maakte de constructie ook goedkoper doordat er minder roeden nodig waren. Door het kleinere aantal roeden nam bovendien de warmtetransmissie van het dek af, waardoor de kas energiezuiniger werd.
Tomaten teelt in een hoge aluminium kas met substraat teelt ( planten in steenwol)
Het verdwijnen van de tuinbouw in Helenaveen
Helenaveen was ooit een echt tuindersdorp. Van de meer dan 150 tuinderijen die er ooit waren zijn er nog naar een handvol over.
Er zijn drie grote verdwijningsgolven te onderscheiden:
Midden jaren vijftig: kleine koude grond bedrijfjes stoppen. De glastuinders blijven nog actief.
Midden jaren tachtig: kleine kassen worden met behulp van een saneringsregeling afgebroken.
Begin 21e eeuw: De aanwijzing van de Peel tot Natura 2000 gebied met bijbehorende regelgeving- met name op het gebied van hydrologie, heeft de glastuinbouw in en rond Helenaveen jarenlang 'op slot' gezet. Een plan om een grootschalig tuinbouw gebied te stichten waar die bedrijven naar toe zouden kunnen verhuizen ging niet door. De kassen aan o.a. de Soemeersingel en de Koolweg maakten plaats voor natuur.
Alle kassen van Helenaveen
Kervelweg 3 – Jan Bakker: sla en tomaten, 1953 eerste verwarmde kas (kolen), opvolging Jan Bakker jr./Van Lier
Kervelweg 9 – Piet Maessen: komkommer, koolrabi
Kervelweg 4 – Arie van Horen opvolger Marinus Lauwers
Kervelweg 8 – Jantje van der Zwaan
Oude Peelstraat 11 – Toon Wijnen: 1965–1995 Rolbak wortels,aardbeien
Oude Peelstraat 34 – Willem Maessen - Piet van der Zwaan: Rolbak wortels, tomaten,
Oude Peelstraat 42 – Antoon van Teefelen: bloemen, 1965–2015: fresia’s Chrisanten, anjers
Oude Peelstraat 44 – Leo Vercoulen: blauwe-bessen stek
Helenastraat 12 – Leo Veldhuijzen
Helenastraat 14 – Cobus Maessen
Helenastraat 26 – Henk van Mullekom
Helenastraat 32 – Cor van de Werf daarna Wim van de Werf 1953 gestart met rolbak, daarna staand glas.
Helenastraat 34 - Martien van Grunsven 1954
Soemeersingel 4 – Hans Maas: opvolger Harry Arts
Soemeersingel 21 – Willem van Esseveldt
Soemeersingel 39 – Mat van Grunsven
Soemeersingel 55 – Theodoor/Johan Lagarde
Soemeersingel 57 – Jan Bakker: sla, augurken, komkommers
Soemeersingel 61 – Albert van Teeffelen, komkomers
Soemeersingel 75 – Hannes Joosten: 1968–1985 opvolger Jan Jonker
Soemeersingel 77 – Harrie Jansen:
Soemeersingel 79 – Grad Jansen: actief 1968–1985
Soemeersingel 99 – 1958 Roel Vermeulen: opvolger Wijnand Vermeulen
Soemeersingel 101 – Leonard Joosten: actief 1965–1995, opvolger Jan Arts
Soemeersingel 109 – Geert Schonewille:
Soemeersingel 113 – Henk de Vries
Soemeersingel 123 – Jan Prijs: bloemen
Soemeersingel – Toon van de Mortel: rododendrons
Zinkskeslaan 6 – Jan Bakker opvolger jan Bakker Jr
Zinkskeslaan 16 – Gerrit van der Werf
Zinkskeslaan 20 – Jo van der Werf
Zinkskeslaan 10 – Rinus van Mullekom later Jan Bakker, Michiel Penninx
Zinkskeslaan – Jan Philipsen
Fruitweg 2 – Marinus van de Werf:
Fruitweg 4 – Rien Erkelens
Lagebrugweg 15– Jan van der Zwaan, een van de eerste kassen van Helenaveen. Deze kas had oliegestookte luchtverwarming. Opvolger Leo Vercoulen
Lagebrugweg 7 – Rein van Woezik: rolbak wortels, tomaten
Lagebrugweg 1a– Theo Wijnen
Rector Nuijtsstraat 12 – Cor van Horen: opvolger Ger van Horen vroege kas ‘55 zware stook
Centurioweg 10 – Wim van Mullekom
Centurioweg 8 – Toon van Mullekom
Grashoekseweg 5 – Jan Crommentuijn
Heldensewg 3 Jan philipsen
Heldenseweg – Harrie Luijten
Heldenseweg 6 – Wim Luijten
Heldenseweg 7 – Harry van Neerven
Spruitweg 8 – Sjaak van Horen
Spruitweg 6 – Jan van der Werf later Jan Faassen
Koolweg 7– Ad van der Werf (1991 aan de westzijde van de weg)
Koolweg 7 – Toon van Mullekom (aan de oostzijde van de weg)
Koolweg 8 – Harrie Toonen
Koolweg 10 – Jan Boots
Koolweg 32 – Cor Luijten later Piet Maessen
Koolweg 36 – Sjun Arts, later Sjaak Hermans
Koolweg 48 – Jan van Cauwenberghe: bloemen
Koolweg 3 – Jan van Well
kruisbeswg 4 – Theo van Well
Jan Deckerstraat 3 – Huub Sonnemans
Jan Deckerstraat 9 – Wouter Swinkels Rolbak
Sevenumseweg 2 – Harrie Sonnemans
Helenaveensewed 37 – Gerard van Horen
Helenaveenseweg 39 – Jan van Horen
Geldersestraat 12 – Marinus van Mullekom
Geldersestraat 10 – Piet Philipsen
Slateelt in houten kas Harrie Janssen
toestand 1967
Harrie Janssen, slateelt met een heteluchtkanon
Sla snijden bij Harrie Janssen
Augurken na de sla bij Harrie Janssen
Theo Bakker in de kas van Jan Bakker op het Zinkske
Wim van Mullekom: Augurkenteelt, Centurioweg
De eerste kas van Helenaveen van Jan Bakker aan de Kervelweg
Schilderen van de houten kas van Jan Bakker aan de Kervelweg. Op de achtergrond het ketelhuis (kolenstook)
Tuinderij Jan Bakker, Kervelweg
Kas Martien van Grunsven Helenastraat
Fim over het initiatief om een grootschalig tuinbouw gebied te creëren in Helenaveen (2004) https://www.youtube.com/watch?v=ReHW16PzHx4
W.vdWerf
JvWoezik